Stijltest

1.         Mijn standpunt ten opzichte van mijn garderobe is:

a.             Mijn kleding moet op de eerste plaats comfortabel zijn

b.             Ik kan niet tegen rommelig

c.             Zowel voor vrije tijd als voor het werk, moet mijn    

                kleding mooi zijn

d.             Mijn kleding is bijna altijd opvallend.

e.             Hoe gekker en onmogelijker, hoe beter

f.             Klasse en eenvoud. Alles is actueel in goede harmonie

               met elkaar

 

2.         Kleding die ik voor mijn werk buitenshuis kies:

a.             Comfortabel en toch zakelijk, goed te combineren kleding

b.             Klassieke belijning in alle kleding

c.             Zachte, vloeiende ontwerpen en belijning

d.             Gewaagde combinaties, modieuze opvallende kleding

e.             Apart maar geschikt, actuele onverwachte combinaties

f.              Elegante, elkaar aanvullende neutrale kleuren, topkwaliteit

 

3.         In vrije tijd en weekeind draag ik het liefst:

a.             Nonchalante, sportieve kleding of sportkleding

b.             Een tijdloze rok of broek met jumper en sweater

c.             Leuke blouse of top, nette schoenen, zwierige rok of jurk

d.             Iets “wow” de laatste mode, ruime blazer met opvallende accessoires

e.             Onvoorspelbare dingen, avant-garde

f.             Eenvoudig maar chic

 

4.         Ik draag mijn haar het liefst:

a.             Sportief, nonchalant, schijnbaar verwaaid

b.             Keurig verzorgd, maar niet streng of stijf

c.             In zachte golvende lijnen, in lagen maar nooit kort

d.             Modern, het verandert regelmatig van glad naar krul of asymmetrisch

e.             Extravagant, pieken, wilde krullen met shawls of clips

f.             Modieus maar tijdloos, in goede conditie

 

5.         Mijn favoriete stoffen zijn:

a.             Denim, tweed, ribfluweel en sweatshirt stoffen

b.             Zuiver wol, katoen, zijde, linnen of blents, liefst kreukvrij

c.             Zijde, voile, kant, jersey, soepel vallend

d.             Fluweel, velours, brokaat en stevige stoffen

e.             lycra, leer, metallic en een mix van materialen

f.             wollen crêpe, cool wool, kasjmier, linnen, zijde, kwaliteit

 

6.         Als accessoires kies ik:

a.             Niet veel, voorkeur voor stenen of kralen

b.             Goud en parels

c.             Fijn en delicaat, antieke sieraden

d.             Geometrische ontwerpen met een opvallend effect

e.             Etnische oorringen en kettingen liefst heel veel

f.              Echte juwelen in zilver of goud

 

7.         Voor avondkleding kies ik:

a.             Rok met blouse, fluwelen pantalon of een simpel jurkje

b.             Eenvoudig donker jurkje of pakje

c.             Prachtige, zijden zwierige, jurk met fijne details

d.             Kleurige zijden colbert of tuniek met rok of blouse

e.             Kimono of kaftan met alle accessoires

f.              Smoking jasje en elegante pantalon en zijden top

 

8.         Mijn voorkeur voor kleur in mijn kleding is:

a.             Natuurtinten

b.             Rustige kleuren, blauw, crème en iets roods

c.             Zowel pastels als heldere kleuren, bloemmotieven

d.             Rijke opvallende kleuren met zwart en wit gecombineerd

e.             Van neon tot hand geschilderd, etnisch

f.              Neutraal, ton-sur-ton, grijs, beige, taupe en ivoor